Werken in Indonesie

Werken in Indonesie

Blog van Nan van der Storm

Heeft het wel zin?

Eenmaal thuisgekomen valt het niet mee mijn laatste blog over  het werken in Indonesië te schrijven. Ik merk dat het dagelijks leven hier me al weer opslokt.

De dames van bedrijf 3 en 1. Stof jasje van 1, genaaid door bedrijf 3.

Toch is het leuk om alles wat ik in Yogyakarta deed, de revue te laten passeren en te concluderen dat – hoe kort ook – het toch wel zinvol lijkt te zijn.
Ik heb veel reacties gekregen als: huh, vier dagen per bedrijf, da’s toch niks, wat kan je daar nu in doen! Nee, klopt, je kan niet hun plannen schrijven, hun winkel mee herinrichten, de productielijn verbeteren of mee de advertentie opzetten voor nieuwe werknemers.

Het enige dat ik daar probeer te doen, is de ambities en ideeën die de mensen zelf – bewust of nog onuitgesproken  – hebben, verwoord te krijgen en structuur te geven door ze constant te vragen om het waarom en hoe. Behalve wat branchekennis doen mijn ideeën er eigenlijk nauwelijks toe. Het gaat om hun plannen en hoe zíj dat denken te realiseren. Volgens mij is dat de enige manier om duurzaam hulp te bieden: geef ze vooral de mogelijkheid in hun eigen kracht te gaan zitten.

Eigenlijk heb ik ook wel gezien dat die aanpak werkt: bedrijf nummer 1, waar ik in mijn eerste blog over schreef, is opmerkelijk voortvarend aan de slag gegaan. Dat resulteerde al meteen in een modeshow die zij gisteren organiseerde met werkelijk prachtige kleding van stof die haar bedrijfje maakt, in samenwerking met een ontwerper.

Modeshow van Batik Namburan – nummer 1.

Bedrijf nummer 3, geschrokken van het succes dat zij opeens had, is in no time gegroeid van eenvrouwszaak tot een bedrijf met 7 werknemers. En komt erachter dat ze géén idee heeft hoe ze de mensen moet aansturen. Samen zoeken naar hoe ze dat zou willen aanpakken is écht een leuke tocht.

Is dit wel interessant voor u als lezer, vraag ik me af? Ik zelf vond deze processen uitermate boeiend en leerzaam. Desondanks was ik ook weer blij de geordende, prachtige, groene lappendeken die Nederland is, onder me te zien voor we landden op Schiphol. Ik groet u allen. Dank voor de vele reacties. Tot de volgende keer!
Nan.

Bedrijf nummer 2 – ik denk dat er wel 500 foto’s zijn genomen. Verder qua klus weinig over te vertellen.

Altijd schoenen uit binnen. Vanwege koude voeten kreeg ik slofjes.

Jackfruit oogsten – met bedrijf 2 op stap.

Zo groeit Jackfruit. De vruchten onderaan de stam.

Bezoek aan het paleis van de Sultan. Helaas elke begeleidende tekst in het Bahasa.

Niet Kojak maar Go-jek (zelfde uitspraak)

Het verkeer hier is een chaos! Duizenden brommertjes banen zich links en rechts langs de auto’s een weg naar hun werk of naar huis. Om van het gemanoeuvreer van de auto’s maar niet te spreken.
Op de heenweg van mijn wandeling afgelopen zondag volgde ik mijn gps via maps.me. Een prima app, die ook zonder wifi je keurig de weg wijst. En de app stuurde me door allerlei kleine steegjes waarvan je dacht: ben ik nu op privéterrein of niet? Maar nee, het is openbare weg, de mensen groeten je vriendelijk en gaan door met waar ze mee bezig zijn. Op de terugweg wilde ik het mezelf gemakkelijker maken en via hoofdwegen naar het hotel lopen. En dan merk je pas hoe vreselijk vervuilend dat verkeer is!

Behalve die vervuiling is er denk ik toch iets waar wij op het gebied van transport wat van kunnen leren. Het grote aantal groen bejaste brommerrijders was mij namelijk al opgevallen. Op hun rug de term Go-jek, idem op de groene helm die ze bij zich hebben. Wat dat dan wel niet inhield, was mijn vraag.
Het is een systeem waarbij je online een brommer kunt bestellen om je te brengen waar jij heen wilt. Alles online, bestellen, prijs wordt bepaald op basis van de afstand die je vervoerd wil worden – dat geef je op, de app bepaalt de prijs. Je ziet on line welke bromfietsrijder je vraag aanneemt, waar hij zich bevindt en hoe lang het zal duren voor hij bij je is! Je wordt zwaar getest voor je Ko-jek rijder mag zijn.
Ik weet van één pizzabedrijf in Nederland die dat inmiddels heeft, gezien zijn reclame. Maar verder is dit nog niet wijd verbreid toch, bij ons?
Zo heb je ook Go-car – taxi bestellen, werkt precies hetzelfde als de Go-jek, Go-shopping, Go-laundry, en zo nog wat diensten. Een enkele keer zag ik trouwens ook een Über bromfiets rijden, de zeer kleine concurrent van de Go-car and Go-jek.
Nu nog de elektrische auto introduceren (ik dacht twee Toyota’s langs te zien glijden, maar de jeugd kijkt of ze water ziet branden als ik er naar vraag), of een ondergronds metrosysteem, en Yogyakarta wordt weer een schone stad!

Kwam ik ook tegen in de kleine straatjes.

Loop je nu op privéterrein of niet?

Logo van de Go-jek app.

Go-jek op weg naar klant.

Go-jek brommers. De groene helm voor de passagier.

Op de markt

Spijkerpoepen ivm Onafhankelijkheidsdag.

Onafhankelijkheidsdag

Vandaag, 17 augustus, wordt de onafhankelijkheid van Indonesië gevierd. In 1949 riep Soekarno de republiek Indonesia uit. De (oudere) dame van mijn tweede project zei met een glimlach tegen me: “De onafhankelijkheid van Nederland nota bene! En nu  zit er een Nederlandse in mijn auto!”
De jeugd weet niet waar Indonesië onafhankelijk van werd, ze noemen iets van Japan, maar weten duidelijk niet van de hoed en de rand. Toch wordt die onafhankelijkheid uitbundig gevierd. Alle straten zijn al weken vrolijk versierd met rood-witte vlaggen en slingers. De rood-witte batik vliegt de winkels uit. Iedereen wil zich nog even in de nationale kleuren steken. Jongens langs de weg verkopen rood-witte vlaggetjes en andere rood-witte prullaria.

Gisteren, toen ik na de maaltijd nog een wandeling maakte, bleek de straat afgezet te zijn. Een soort koningsdagactiviteiten in de hele straat. Mensen in mooie kleding, vooral de mannen traditioneel gekleed in kleurrijke bloezen. Een paar tafeltjes waar tweedehands spullen worden verkocht, gratis koffie bij een koffiebrander en muziekvoorstellingen waar iedereen ver voor aanvang al voor zit te wachten. Vandaag zag ik zelfs een wedstrijd in het met de hand vangen van vis in een kunstmatig gemaakte vijver. Mannen en kinderen waadden door een ondiepe modderpoel waar tien kilo vis in was uitgezet. Een hilarisch, vooral modderig gezicht!

Als ik Wikipedia er op nalees zie ik dat Nederland fors heeft huisgehouden in Indonesië en dat nota bene de Amerikanen ons ertoe gebracht hebben dat winstgevende land prijs te geven aan hun onafhankelijkheid. Enige plaatsvervangende schaamte zou, voor de oudere generatie, niet misplaatst zijn. Maar die zegt als je het over onze wandaden van toen hebt: “Now good!” Laten we daar dan maar van uitgaan!

Groet, tot de volgende blog.

Men kleedt zich in rood-wit.

Straten rijk versierd

Ik kocht die prullaria!

Eerst maar wat over mijn werk.

Waarschijnlijk ben ik wat overmoedig geweest. Ik dacht: ik schrijf wel vijf berichtjes in de bijna drie weken dat ik hier ben. Nu is er al een week voorbij en echt géén tijd gehad iets op papier te zetten. Het is hier hard werken, lange intensieve dagen dus. En zoveel te zien in de tussentijd waar ik graag over zou willen schrijven.

Mijn eerste klus zit erop. Advies aan een batikwinkel met eigen batik productie. Nu is Yogyakarta het mekka van de batik. Dat is hun kracht, maar ook hun zwakheid. Boks maar eens op tegen de harde zakenlui met geld, die busladingen toeristen naar hun enorme winkel weten te kopen. Ik heb te maken met een intelligente, daadkrachtige dame (40+) die staat voor haar product, maar uitermate bescheiden is. Het liefst had ik – toen ik eenmaal doorhad wat ze produceren: unieke lappen namelijk – minstens een dag besteed aan haar uitstraling en het activeren van haar potentiële power.

Wat deed ik wel: kijken wat er aan haar winkel, haar productieproces, de financiën, haar promotiemateriaal en niet te vergeten haar social media activiteiten goed is, en wat er beter kan. We vliegen erover heen. Vier dagen werk is (te) kort, maar voor haar hopelijk een aanzet om er mee aan de slag te gaan!

Ondertussen leer ik weer wat Indonesisch. Ik dacht al wat te kennen nog van die taal (ik had ooit privéles Bahasa hier in Yogya, twintig jaar geleden), maar toen ik de eerste dag iedereen “Selamat datang” toewenste en dat later “Welkom” bleek te zijn, in plaats van goeden­mid­dag, heb ik hierin toch ook mijn overmoed maar laten varen!

Groet, tot de volgende blog, Nan.

Ik ga weer even weg!

De mensen die mij kennen weten dat ik een aantal keer al voor langere of kortere tijd in het buitenland heb gewerkt.
Dat gaat ook nu weer gebeuren! Ik ga voor de PUM bijna drie weken naar Indonesië.

De opdracht is om drie bedrijfjes te adviseren in hun bedrijfsvoering. Alle drie de bedrijfjes doen iets met textiel. Twee van hen produceren (of laten produceren) kleding voor moslima; een derde verkoopt batik stoffen en kleding. Elk bedrijf heeft zo zijn specifieke vraag geformuleerd, maar in wezen willen ze allemaal hetzelfde: hun omzet en hun winst vergroten.
Ik ga weer proberen elke week een kort stukje te schrijven over wat mij opvalt in Yogyakarta, een grote stad in het midden van Java. Uiteraard geïllustreerd met foto’s.

Als je nieuw bent bij mijn blog en een mailtje wil zodra ik iets nieuws op de site zet, meld dat dan op een of andere manier bij mij, of geef je e-mailadres op hier rechts op deze website (je krijgt nog een mail om je aanmelding te bevestigen). Als je mijn Cambodja blog al las en een mailtje kreeg bij nieuwe berichten, komt dat nu ook automatisch naar je toe.
En, reageren kan ook op de site of per email. Contact met vrienden en familie in Nederland, belangrijk!

Voor nu even genoeg tekst (en nog geen foto’s!). Ik vertrek 7 augustus; omdat de periode niet zo lang is, zullen er drie, max vier verhalen over het dagelijks leven in Indonesië volgen.

Hartelijke groet, Nan.